| VEENHUIZEN, EEN BIJZONDER DORP
Veenhuizen dankt zijn bestaan aan de bouw van drie grote, vierkante gestichten voor bedelaars, landlopers en wezen. Deze werden in 1823 gebouwd in opdracht van de Maatschappij van Weldadigheid. Dit was een particuliere organisatie die de armen met arbeid wilde heropvoeden. Er was na de oorlog tegen Napoleon grote werkloosheid en armoede in Europa.
De Maatschappij van Weldadigheid bood eerst arme gezinnen uit de grote steden de gelegenheid vrijwillig naar Drenthe te komen en zich daar in kolonin te vestigen. Als boer konden zij een nieuw bestaan opbouwen. Plaatsen als Frederiksoord en Wilhelminaoord bewaren nog allerlei herinneringen aan die tijd. .
Dwangkolonie
Niet iedereen wilde uit vrije wil naar het Hollands Siberi, zoals Drenthe toen werd genoemd. Daarom werd er dwang toegepast. De Maatschappij bouwde eerst in Ommerschans en een jaar later, in 1823 in Veenhuizen grote vierkante dwanggestichten. Veenhuizen had er drie. Ieder gebouw leverde onderdak aan gemiddeld 1200 gevangenen of verpleegden, zoals ze werden genoemd. Ze sliepen in slaapzalen van 80 mensen, die overdag werden omgebouwd tot werk- en eetzalen. Mannen, vrouwen en kinderen uit het hele land werden naar Veenhuizen 'heengezonden' om er arbeid te verrichten. Bijzonder was, dat kinderen er gratis onderwijs kregen.
Het was de bedoeling dat de inrichtingen zelfvoorzienend zouden worden, maar dat is nooit echt gelukt. De verpleegden hadden meestal geen enkele ervaring in het turfsteken, de landbouw en veeteelt en voor velen van hen was het leven daar fysiek te zwaar.
Justitiedorp
In 1859 nam de rijksoverheid de gestichten over en maakte er in de jaren zeventig van de 19de eeuw rijkswerkinrichtingen van. Justitie bouwde er rond 1900 vervolgens twee nieuwe gevangenissen, ontworpen door vader en zoon Metzelaar: Norgerhaven en Esserheem. Daaromheen bouwden de architecten een heel dorp, waarvan de huizen aangepast zijn aan de ambtelijke hirarchie van Justitie. Wie in de gevangenis werkte, moest met zijn gezin in het dorp wonen. Het grootste gebouw, nu Klein Soestdijk geheten, was voor de hoofddirecteur. De rijtjeswoningen waren voor het bewakend personeel. Wie carrire maakte mocht doorverhuizen naar een grotere woning.
Na de oorlog bouwde Justitie het barakkenkamp Groot Bankenbosch om dienstweigeraars op te sluiten, die niet in Indi wilden vechten. Later werd deze gevangenis bekend door de 'zelfmelders', degenen die dronken achter het stuur waren opgepakt en hun straf moesten uitzitten. De Veenhuizers hebben heel wat bekende Nederlanders langs zien komen.
De gedetineerden in de rijkswerkinrichtigen verrichten ook allerlei werk voor het personeel in het dorp, zoals het onderhoud van de tuinen, het rondbrengen van water en het legen van de 'tonnen'. Tot 1981 was Veenhuizen voor buitenstaanders verboden gebied. Er staan in het dorp nog overal karabijnposten, die daaraan herinneren.
Unieke boerderijen liggen rond Veenhuizen. De boer woonde in het midden, zodat hij links en rechts de 'verpleegden' in de gaten kon houden. Dezen moesten op het land werken. Nog steeds bezit de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen 90 ha. landbouwgrond. Er wordt vooral prei verbouwd. Gevangenen uit de half-open inrichting Bankenbosch werken er op het land.
De bijzondere geschiedenis van Veenhuizen laat zich ook prachtig aflezen aan de begraafplaats, iets buiten het dorp gelegen. Daar vindt men anonieme graven van verpleegden onder een grasvlakte, eveneens anonieme witte kruisen en grafstenen met namen. Deze laatste zijn van overleden personeelsleden en hun familie. Protestanten en katholieken lagen gescheiden. Schattingen zeggen dat er ca. 13.000 mensen liggen begraven. Het wordt ook wel het Vierde Gesticht genoemd.
Elektriciteitscentrale
Het veen, dat in en rond Veenhuizen werd afgegraven, diende als brandstof. Turf werd in de kachel gestookt en in de Electriciteitscentrale. Die werd in 1912 gebouwd en leverde stroom voor de fabrieken en de gevangenissen. De centrale is onlangs geheel gerestaureerd. Het is een rijksmonument en valt onder verantwoordelijkheid van het Gevangenismuseum.
Veranderingen
Veenhuizen is de afgelopen decennia snel aan het veranderen. Justitie heeft zich als grootste werkgever steeds meer teruggetrokken binnen de hekken van de gevangenissen. In het dorp staan nog steeds de drie genoemde gevangenissen en een dependance van een jeugdgevangenis. Om de leegstand in Veenhuizen tegen de gaan en nieuwe economische impulsen te stimuleren is een speciaal ontwikkelingsbureau in het leven geroepen. Dat is er in geslaagd verschillende bedrijven naar Veenhuizen te trekken, die het bijzondere karakter van het dorp respecteren en in stand houden.
Zo heeft zich een internationaal gerenommeerd orgelrestauratiebedrijf In Veenhuizen gevestigd. Het heeft onlangs het orgel in de zgn. Koepelkerk gerestaureerd. Het Hillebrandorgel wordt het mooiste orgel van Drenthe genoemd.
Cultureel erfgoed
Veenhuizen heeft een unieke geschiedenis. Het is nog grotendeels in oude staat. Meer dan 100 rijksmonumenten kunt u er vinden. Daaronder valt natuurlijk ook het Tweede Gesticht, het huidige museumgebouw. Het dorp heeft de status van beschermd dorpsgezicht. Onlangs is de gemeente Noordenveld, waaronder het dorp valt, een campagne gestart om Veenhuizen te laten plaatsen op de Wereld-Erfgoed lijst.

|