![]() |
||||
![]() |
||||
|
Onderstaande gegevens heb ik van de website: http://www.dinkelland.nl/toeristen/historie/historieweerselo/ Historie van Weerselo De voormalige gemeente Weerselo is, zoals de meeste gemeenten in het voormalige Drostambt Twente, ontstaan uit de samenvoeging van de plaatselijke oude marken. Deze marken werden gevormd door de buurtschappen Dulder, Deurningen, Gammelke, Hasselo, Klein Driene, Lemselo, Rossum en Volthe. De meeste markegronden in Weerselo werden verdeeld in het jaar 1860. Weerselo lag voorheen in de grote marke Dulder en werd reeds in het jaar 1150 genoemd. De marke Dulder werd in oude handschriften reeds genoemd in 797. De overige marken werden genoemd in het tijdperk van 900 tot 1300. Reeds in de middeleeuwen was Weerselo niet geheel onbetekenend. De marke Dulder was bekend door Saasveld en het slot Saterslo, waaraan deze buurtschap zijn naam te danken heeft. Het klooster van Weerselo, behorende tot de grote marke Dulder, had in die tijden veel te verduren onder de Van Reedes, heren van Saterslo. Zij beheersten in hun kasteel, omgeven door moeras, de gehele omgeving. Van daaruit ondernamen zij hun rooftochten tot in verre omtrek. De groei van de bevolking in de volgende eeuwen was gering. Weerselo lag enigszins geïsoleerd en het was een streek van echte esdorpen. De oude heidevelden zijn nu goeddeels verdwenen, maar de boerenerven geven aan de essen ook nu nog een schilderachtige omlijsting. De voormalige oude kern van Weerselo werd gevormd rond het Stift. De concentratie der bebouwing richtte zich op het klooster en het slot Saterslo, waaruit de huidige kerkdorpen zijn voortgekomen. Weerselo heeft vele herinneringen uit het verleden. Het slot Saterslo was alom bekend en enkele havezathen werden ook op haar gebied aangetroffen. Het kasteel Saterslo raakte in verval en werd in 1818 gesloopt. De havezathen zijn eveneens aan de tand des tijds ten offer gevallen. Alleen in de buurtschap Volthe ligt nog de oude havezathe "het Everlo", thans een bekend restaurant. De Stiftskerk en de Stiftshuizen vormen met hun naaste omgeving een fraai geheel. Het Stift is een beschermd dorpsgezicht in het kader van de Monumentenwet. De tegenwoordige hervormde kerk, welke dateert van rond 1400, is de voormalige Stiftskerk. Het is alsof hier nog de geest van het verleden rondwaart onder de eeuwenoude bomen. In het N.O. (bij het kanaal Almelo-Nordhorn) ligt het archeologisch monument De Hunenborgh. In 1884 bezat de voormalige gemeente Weerselo nog maar ruim één kilometer harde weg. Dit was een grindweg gelegen nabij het Stift in de richting van Fleringen. Kort voor 1914 werd het wegennet uitgebreid en kwamen er provinciale wegen tot stand. Gelukkig zijn er nu ook nog vele fraaie landwegen gespaard gebleven, die wonderwel passen in het landschap. Openbaar vervoer was er destijds alleen in de buurtschap Rossum. Dit dorp had een halte aan de stoomtramlijn Oldenzaal-Denekamp, doch deze lijn werd weinig voor personenvervoer gebruikt. De mensen moesten zich verplaatsen te voet of per koets, terwijl veel later de fiets meer in gebruik kwam.
|
![]() |
Onderstaande informatie heb ik van de site: www.hetstift.nl
Het Stift, een eeuwenoud plekje in Twente. Van Benedictijnenklooster, naar een Stift en tegenwoordig een beschermd dorpsgezicht.
Hoe dit allemaal verlopen is kunt u in het menu 'geschiedenis' stap voor stap te weten komen.

De naam Stift staat in verband met stichten en betekent geestelijke stichting. Daarmee bedoelde men een gebouw voor personen die in kloosterlijk verband samenwoonden en werkten.
Maar, niet alle kloosters kunnen Stiften worden genoemd, want onder een Stift begreep men die geestelijke stichtingen waar alleen ongehuwde dames uit de adel werden toegelaten. Het Stift van Weerselo is eerst een Benedictijnenklooster geweest, dat na eeuwen werd omgezet in een Stift.
De adel kwam naar Het Stift om een goede opvoeding te krijgen. Het is bekend dat vooral de wat minder mooie adellijke jonge dames hun intrede in Het Stift deden.
St. Benedictus
Een vrome ridder Hugo van Buren kreeg in 1142 van zijn neef de edelman Hugo van Goor die advocaat van de Utrechtse kerk was de kerk van Weerselo met alle goederen die hij daar bezat. De kerk was toen nog niet zelfstandig, maar was een kapel die vanuit Oldenzaal bediend werd.
Hugo en zijn gezellen voorzagen in hun eigen levensonderhoud door in strenge afzondering hard te werken. Op 14 september 1152 werd de stichting officieel tot klooster gewijd. Waarschijnlijk was het een dubbel klooster voor mannen en vrouwen tegelijk. Het klooster behoorde tot de orde van de Benedictijnen. In de eerste eeuwen van het bestaan had het klooster zwaar te leiden onder de roofzucht van de Twentse edelen. Vooral onder die van de heren van Saasveld. Uiteindelijk keerden de paters terug naar Utrecht en bleven de zusters alleen over. De overste gaf toestemming aan de Twentse adel om dochters en nichten in het klooster onder te brengen.
Zo werd het klooster een zuiver nonnenklooster en zou hiermee de kiem van het adellijke Stift zijn gelegd. Uit de overlevering is bekend dat de zusters van Weerselo tijdens Pasen, Hemaalvaart, Pinksteren en Kerst in processie naar Ootmarsum gingen om in de kerkdienst te zingen. Deze tocht van de zusters is misschien wel het bekende vlöggeln met Pasen in Ootmarsum.
Toen de adellijke dames hun intrek namen in het klooster verslapte de kloostertucht.
Kort na 1500 werd het klooster veranderd in een vrij, wereldlijk, adellijk Stift. Vrij van de strenge regels van het oorspronkelijke Benedictijnenklooster. De nonnen hoefden niet langer een voor het leven bindende kloostergelofte af te leggen. Zij konden uittreden wanneer ze wilden, bijvoorbeeld om een huwelijk aan te gaan. Het Stift werd zo een zeer welkome instelling voor de landadel.
Op de feestdag van St. Maarten in 1523 was een van de zusters zorgeloos met haar haardvuur omgesprongen zodat haar kamer in brand vloog. Omdat de andere zusters de brand te laat opmerkten greep het vuur zo snel om zich heen dat het gehele kloostergebouw en de kerk afbrandden.
Een grote ramp, want veel boeren en burgers uit de verre omtrek van Het Stift brachten hun meest waardevolle eigendommen op Het Stift in veiligheid. Dit was omdat Het Stift bijzonder weinig last had van hertog Karels krijgsbenden. Het klooster was volgepakt met huisraad en verschillende bezittingen.

Toen in 1626 Oldenzaal op de Spanjaarden was veroverd, besloten de Staten van Overijsel dat ook in Weerselo een Gereformeerde predikant moest worden aangesteld. De eerste Weerselose predikant was Adam Lindenhovius. Na de Franse revolutie ontvingen de juffers vanaf 1795 geen uitkering meer. Koning Lodewijk Napoleon besloot op 8 maart 1809 dat de Hervormden hun Stiftskerk konden behouden omdat deze te klein was voor de grote Rooms-Katholieke gemeente in Weerselo. In 1932 ging de kerkvoogdij over tot een grote restauratie van de kerk.

Stiftskerk, Noordzijde – 1880
Na 1950 is er veel rondom Het Stift veranderd. Een van de belangrijkste veranderingen is het feit dat de tekening van Schouwman uit ongeveer 1750 weer werkelijkheid is geworden. De omstreeks 1800 afgebroken Stiftshuizen zijn namelijk in 1974 op hun oude fundering herbouwd. Door architect Hulshof uit Den Haag werd een restauratieplan ontworpen. Mede door toedoen van burgemeester Schelberg en de goedkeuring van Monumenten Zorg werd voldoende geld bijeen gebracht om de restauratie in 1973 te kunnen beginnen.

plattegrond funderingen
De vondst van oude fundamenten en de oude tekening boden voldoende houvast om Het Stift in haar oude glorie te herstellen. Het fraai gerestaureerde Stift is in 1975 feestelijk heropend.
1960 - 1966
In deze tijd was het Stiftshuis door de kerk aan de Stichting ‘Vakantie Vreugd’ verhuurd en was in gebruik als pension.

Slaapkamer, kamer 9
De Stichting was in het leven geroepen door een aantal grote bedrijven zoals o.a. Hoogovens, Nederlandse Spoorwegen (NS), Akzo Nobel, Stork Hengelo, met als doel hun werknemers in de gelegenheid te stellen tegen een redelijk bedrag op vakantie te kunnen gaan.

Stiftshuis 1962
Meneer en mevrouw Buisman waren destijds beheerders van het Stiftshuis. Iedereen die op vakantie kwam kreeg vol pension. Meneer Buisman kookte zelf voor de gasten. De mensen logeerden per gezin op 1 kamer die voorzien was van een wastafel, 2 eenpersoonsbedden en 1 of meer stapelbedden, al naar gelang de grootte van de kamer.
De Stiftsschuur werd gebruikt als recreatieruimte. Meneer Buisman had daar een bar ingebouwd. ‘s Avonds kon men daar dan koffie, koeken, frisdrank of een pilsje kopen, tv kijken, een spelletje doen of een kaartje leggen. Iedere vrijdag werd er een bonte avond georganiseerd.
In de wintermaanden kwamen er geen gasten. De Stiftsschuur werd dan gebruikt voor toneelopvoeringen, de kerstviering van de zondagsschool, bruiloften etc.
Omdat het Stiftshuis na verloop van tijd niet meer aan de eisen van de moderne tijd voldeed en het voor de Stichting, mede door de eisen van de Monumenten Zorg, te kostbaar werd het huis te verbouwen is het huurcontract beëindigd. Het gezin Buisman is toen voor dezelfde Stichting bungalowpark en camping “De Remboe” in Epe op de Veluwe gaan beheren.
Na meneer Buisman’s pensionering is hij met zijn vrouw weer in Friesland gaan wonen. Meneer Buisman is in 1994 overleden.
Op dit moment wordt het Stiftshuis particulier bewoond
De laatste restauratie was die van de Vicarie. De Vicarie lag vroeger net buiten de grachten van Het Stift. Het was toen woonhuis van de vicaris, iemand die een belangrijke taak had bij missen en erop moest letten dat iedereen zich aan de regels hield en later werd het herberg. De herberg is later naar de overkant verplaatst.
Dankzij de inzet van De Stichting Vrienden van Het Stift kon de restauratie van de Vicarie met de unieke doorrijschuur eind 1984 worden afgerond.

Hieronder een overzicht van verschillende op zich zelf staande onderdelen in de geschiedenis van Het Stift;
de Stiftsjuffers - Klokkentoren - Wapensteen
De Stiftsjuffers
Er waren 18 Stiftsjuffers die een uitkering kregen van 150 – 300 gulden per jaar. De drie huishoudende juffers zouden ook nog recht hebben op 6 mud* rogge, 3 mud boekweit, 6 mud gerst, 50 gulden voor brandstoffen en 4 varkens per persoon. Ook zouden ze ieder jaar enkele schapen, 52 ganzen en 80 hoenders te verdelen hebben.
Dit vee zou door de boeren gebracht moeten worden bij het “verenhuis”. Het huis van de familie Waanders, de “Veerman”.
In tegenstelling tot kloosterlingen legden ze alleen de geloften van gehoorzaamheid en kuisheid af. Dus niet de gelofte alleen maar binnen het huis en de tuinen. De Stiftsdames konden makkelijk een lange tijd van Het Stift weg blijven, omdat het minder streng was. Ze konden ook uittreden om in het huwelijk te treden. Het Stift had aanzienlijke inkomsten door de verdiensten van vele goederen.
De lijst van Stiftsjuffers is lang. Er zijn een tweetal lijsten van juffers, in het totaal 48, ontleend aan gegevens in het Rijksarchief te Zwolle.
De lijst begint met Margaretha van Heeckeren genaamd van Rechteren (benoemd in 1410) en eindigt met Emerantia Philippa Cornelia van Haersholte tot Staverden (benoemd in 1789).
Maar, deze lijsten zijn onvolledig, evenals die van dhr. Geerdink, die spreekt over 22 Stiftsjuffers uit de jaren 1625-1782 en 13 dames die in 1794 leefden, allen uit bekende Overijsselse adellijke geslachten.
Met enige moeite zou men een volledige lijst van de Stiftsjuffers uit de jaren 1640-1795 kunnen opmaken. Hier kan echter worden volstaan met een greep uit enkele jaren.
* 1 mud = is inhoudsmaat voor droge waren en is nu 1 hl. Vroeger als landmaat: zoveel land als met een mud zaad bezaait kan worden, 40 aren.
Klokkentoren
De toren van de Stiftskerk is van latere datum. Kloosterkerken hadden gewoonlijk een bescheiden torentje in de vorm van een dakruiter, waarin een misklokje of een angelusklokje hing, en ook met Weerselo is dit het geval geweest.
Dit torentje was te licht voor de andere klokken en zo ontstond er aan de Zuidelijke kant van de kerk een vrijstaand klokkenhuis, gemaakt van houten palen, bekleed met houten planken, ongeveer 20 à 24 voet hoog.

Maar door gebrekkig onderhoud was het torentje zo verwaarloosd dat de koster ’s middag zijn leven moest wagen om de klokken te luiden.
Het klokkenhuis werd verplaatst en onderhouden door de boeren van Weerselo.
Het tegenwoordige torentje, niet onaardig van vorm, rust op vier houten stijlen, die staan op de vloer van de Westelijke travee en door het gewelf en de kap heen oprijzen. Daarin hangen twee oude klokken. De oudste, uit 1545 van 88 cm middellijn draagt het opschrift in Gotische letters:
Heilige Remigius is mijn naam – mijn geluid zij God aangenaam
– toen men schreef duizend vijfhonderd en vijfenveertig daarbij –
toen goot Johan ter Steghe mij.
Tussen de tekst bevinden zich vijf medaillons met de voorstelling van de opstanding van Christus, het bezoek van Maria aan Elizabeth, de geseling, de kruisiging en de doop in de Jordaan (het laatste niet helemaal zeker).
De tweede klok, van 44 cm middellijn heeft als opschrift in Romeinse hoofdletters:
in het jaar des heils 1571
In de laatste oorlog werd deze klok weggehaald, maar zij keerde reeds na drie maanden terug.
Er zijn ook nog twee andere klokken op Het Stift geweest.
Wapensteen
Het kan worden vastgesteld dat de wapensteen boven de ingang van Het Stiftshuis van Hendrik Adolf Bentinck tot Schoonheten en zijn vrouw Mechteld Anna van Weleveld (een havezate bij Borne) is.
Toen de voorgevel van dit Stiftshuis bij de restauratie in 1935/36 van zijn pleisterlaag werd ontdaan en de zandstenen omlijsting van de ingang met de twee ovale wapenschilden daarboven van onder de verflagen te voorschijn werd gebracht kwamen de wapens enigszins duidelijker aan de dag, of liever de schilden met hun dekkleden en gezamenlijke kroon, want de wapens waren er afgekapt, zonder twijfel in het revolutiejaar 1795.
Vaag was nog te zien, dat het linker schild (heraldiek rechts) een kruis vertoonde en de onderhelft van het rechter drie op bellen lijkende figuren. Het kruis kon aan de geslachten Bentinck of Van Heeckeren hebben toebehoord, de ‘bellen’ aan het geslacht van Bellinkhave of Bellinkhof.
Vermoed werd dat het getal dat boven de wapensteen staat
(MDCCXXXI = 1731) het bouwjaar was, dat later bevestigd is door het Rijksarchief te Zwolle. Het ankerkruis, van zilver in blauw, behoort aan de familie Bentinck, het rechter wapenschild is van de familie Weleveld.
Het is doorsneden en vertoont boven de kop en de hals van een wolf in rood, beneden in blauw drie zilveren rozen. Bij de restauratie werd de verweerde en onduidelijk geworden wapensteen geheel vernieuwd.
Smederij
De smederij van Poorten Smid, de smit bij de poort van Het Stift is lang van een familie geweest. Bij de volkstelling van 1795 hoorde de smid nog bij de bewoners van Het Stift. Begin 19e eeuw is het verplaatst naar buiten de gracht, waar ze nog altijd staat. Sinds de dood van de laatste smid, enkele jaren geleden, is het vuur in de smederij voor altijd gedoofd.
Desirée Groot Koerkamp is sinds juli 2004 een glas-in-loodatelier begonnen in de oude smederij
Stift krijgt atelier
De Smederij van Poorten Smid, de smid bij de vroegere poorten van Het Stift heeft na jaren van leegstand een nieuwe bestemming. Desirée Groot Koerkamp is een glas-in-loodatelier begonnen in de oude smederij. Groot Koerkamp heeft al een atelier in Reutum en een etalage in Enter en nu wordt de smidse daar aan toegevoegd. Glasatelier Groot Koerkamp houdt zich bezig met het ontwerpen, uitvoeren en restauratie van glas-in-lood. Tevens geven zij cursussen brandschilderen.
Er is hard gewerkt om het gebouwtje zo goed mogelijk te restaureren. "We willen het ook mogelijk maken om geïnteresseerde bezoekers een kijkje te laten nemen in de oude smederij. Daarom laten we zoveel mogelijk in de oude stijl. De smidse en blaasbalg zullen in tact blijven," aldus Groot Koerkamp.
Desirée verwacht er iedere dag te werken. "'s Ochtends zijn we dan voor het publiek gesloten, want ik merk nu al dat ik anders niet meer aan het werken toe kom. Er is zoveel belangstelling."
Op zaterdag 3 juli werd het geopend.
Openingstijden:
Woensdag t/m zondag: 13-17u
Zaterdag: 10-17u
Glasatelier in oude smederij op Het Stift >>>
Twentsche Courant Tubantia / 03-07-2004